Crematieproces

uitvaart crematie begrafenis deventer

Crematieproces

Begraven is voor iedereen duidelijk: je graaft een gat in de grond, legt het lichaam van de overledene erin en bedekt het met aarde. Maar hoe een crematie precies in zijn werk gaat weten veel mensen niet. Ik leg het u uit.

Direct na de uitvaart wordt de overledene gecremeerd. De overledene wordt door medewerkers van het crematorium naar de ovenruimte gebracht. Vroeger waren dat kille technische ruimtes, maar tegenwoordig zijn die er op ingericht met warme kleuren en gedempt licht. Het gebeurt namelijk steeds vaker dat de familie mee gaat naar de ovenruimte. U kunt met maximaal tien personen aanwezig zijn.

In de muur van ovenruimte is een metalen schuifdeur van ongeveer 1 x 1 meter. Daarachter zit de oven. Ervoor staat een tafel, de invoertafel. We zetten de kist op de invoertafel. Op het hoofdeinde van de kist komt een vuurvast steentje te liggen met een nummer. Dat nummer is ter indentificatie en blijft de hele tijd bij de as, totdat die in de urn zit. Er gaat altijd maar één persoon tegelijk in de oven.

De temperatuur van de oven vlak voor de invoer is ongeveer 800 graden. De binnenkant van de oven in bekleed met vuurvaste stenen, die lichtgrijs zijn. Als er net een crematieproces is afgerond kunnen de stenen nog nagloeien. Als de ovendeur open gaat voel je dan ook echt een warme gloed over je heen komen. Overigens zijn er geen vlammen te zien.

Als iedereen zover is start de medewerker van het crematorium het invoerproces. De deur gaat open,de kist wordt met een duwstang automatisch de oven ingeschoven en de deur gaat weer dicht. De hele invoer duurt hooguit vijftien seconden. Afhankelijk van de temperatuur van de oven en het materiaal van de kist kan de kist – met name aan het hoofdeinde wat als eerste de oven ingaat – vlam vatten. Meestal gebeurt dat echter niet. U kunt kiezen voor een positie recht tegenover de ovendeur, dan ziet u alles precies gebeuren, maar u kunt ook aan de zijkant gaan staan, dan ziet u alleen de kist naar binnen schuiven, maar kijkt u niet in de oven.

Na de invoer wordt de feitelijke crematie gestart. Dit proces duurt ongeveer anderhalf uur, afhankelijk van de begintemperatuur, het materiaal van de kist en het postuur van de overledene. De temperatuur van de oven loopt dan op tot 1100 graden. De rook die vrij komt bij de verbranding wordt nauwkeurig gefilterd. U ziet tegenwoordig geen rook meer uit het crematorium komen als er een crematie plaats vindt. Ook is er geen hoge schoorsteen meer nodig.

Na afloop van het crematieproces worden de resten uit de oven gehaald en verzameld in een bak. Materialen die niet bij het lichaam horen, denk aan een bril, sieraden, gouden vullingen, protheses, eventuele schroeven van de kist enzovoorts, worden er tussenuit gehaald. Edelmetalen worden apart verzameld en door een apart bedrijf omgesmolten. De opbrengst daarvan gaat naar een goed doel. U kunt dat dus niet terug krijgen.

De restanten van de overledene zijn echter nog geen homogene as. De restanten gaan in een apparaat, een cremulator, die ze vermaalt tot de as die u mee naar huis krijgt. De as is overigens grover dan u zult verwachten. Het is niet zoals de as van een open haard, die vervliegt bij het minste zuchtje wind. Het lijkt eerder op schelpenzand en het is lichtgrijs van kleur. Uiteraard zitten ook de restanten van de kist en de kleding van de overledene bij de as. Dit vormt echter maar een klein deel van het geheel. De as van een gemiddelde volwassene is ongeveer drie kilo.

De as wordt verplicht een maand in het crematorium bewaard. Daarna kun u de as ophalen. U krijgt die mee in een strooikoker. Met de as kunt u vervolgens doen wat u wilt.